Home
Moestuin, tekst

Moestuin, tekst

Moestuin

Herkomst

Van het woord moestuin is de herkomst niet helemaal duidelijk. Het zou kunnen verwijzen naar moes, zoals appelmoes of groentemoes, maar aannemelijk is dat het de tuin van moe, of moeder, is. Moe zorgde er vroeger voor dat haar kinderen goed te eten kregen. Aardmappels, groenten, fruit, allemaal uit de tuin van moe. Moe’s tuin dus.

Tegenwoordig

Vroeger was de moestuin misschien echt een “vrouwending”, maar tegenwoordig zeker ook van mannen. En dat is maar goed ook, want een goede moestuin is niet heel simpel aan te leggen en te onderhouden. Een flinke moestun waar een heel gezin uit kan eten, is meer dan het “vierkante-meter-tuintje” dat je in de folders ziet staan. Daar passen net 1 aardbeieplantje, 2 kroppen sla, 3 bietjes en wat worteltjes in. Een goede moestuin is een jaarlijks terugkerend project.

Voorbereiding

In de winter worden de plannen gemaakt. Wat komt erin te staan, welke soorten moeten wel of juist niet naast elkaar staan en wanneer alles moet worden gezaaid of geplant. Bekeken wordt wat er vorige jaren goed ging, waar mischien een nieuwe soort moet worden geprobeerd en welke planten welke ziektes hadden. Ook wordt gekeken naar de nieuwste trend: het kweken van vergeten groenten. Aardperen, meiknolletjes, schorseneren, palmkool en kardoen behoren tot de mogelijkheden. Ook “vergeten fruit” kan in de moestuin: denk aan kweepeer, vlier of mispel. Als alles is uitgezocht kan de tuin op papier worden ingetekend.

1
2233
4567

Het kweken

In februari start dan eindelijk het echte werk. De grond omspitten, voorzien van mest en compost. In maart kunnen het gaas en de bonenstokken worden klaargezet en mogen in de koude bak avast wat sla- en andijvieplantjes proberen groot te worden. In april gaan de aardappels en nieuwe aardbeienplanten de grond in en in mei bijna alle andere zomerzaden en -plantjes.

Oogst

Daar ging het om: de hele zomer kun je eten van de verse en (onbespoten) aardbeien, raapstelen, boontjes, doperwtjes, sla, andijvie, rode bessen en nog veel meer fruit en groenten uit eigen tuin. Allemaal vers en onbespolten. Wat te veel is kan worden ingevroren of ingemaakt of worden geruild met andere moestuinders.